Vraagtekens

Een fout of een vergissing, van € 75 miljoen

30 augustus 2017

Vergissen is menselijk, en fouten maken ook. Niemand is daar vrij van. Waar het om gaat is wie er voor die fouten moet opdraaien. Bij de Belastingdienst worden ook fouten gemaakt. En vergissingen. Dat onderscheid is van belang wie er voor moet opdraaien. Een recente uitspraak illustreert dat.

Anna en Line Papier kregen ieder een schenking van € 37.713.473 van hun welgestelde moeder. Zij dienden keurig een aangifte schenkbelasting in, en bij die aangifte voegden zij een berekening van de verschuldigde belasting. Per zus € 7.530.117. De heffingsmedewerker van de Belastingdienst was kennelijk overdonderd door zoveel gulheid: hij voerde in het geautomatiseerde systeem een schenking in van € 37.713 per zus. Het systeem produceerde de bijbehorende aanslag schenkbelasting van € 3.268, met daarop de mededeling "Deze definitieve aanslag is vastgesteld overeenkomstig de aangifte".
Een vergissing van ruim € 7,5 miljoen per zus! In hun voordeel? De zussen waren nog in dubio of zij deze blunder bij de Belastingdienst moesten melden – zij hadden toch een berekening van de verschuldigde belasting met de aangifte meegezonden? – toen de inspecteur zijn vergissing ontdekte en beide zussen een navorderingsaanslag presenteerde: per persoon te betalen € 7.539.117. De zussen verzetten zich tegen die navorderingsaanslag: zij gingen in beroep bij Hof Amsterdam. Dat Hof moest beslissen of navordering in deze bijzondere casus was toegestaan.

1295_2017-04-016.jpgDe Algemene wet inzake rijksbelastingen regelt de bevoegdheid tot navordering. De inspecteur kan de ten onrechte niet geheven belasting navorderen als hij een ‘nieuw feit’ heeft. Een feit dat de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag bekend was, of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond voor navordering opleveren. In de berechte zaak schitterde het nieuwe feit door afwezigheid.
De belastingwet staat navordering ook toe – altijd, ook als er geen nieuw feit is – als de belastingplichtige te kwader trouw is. Dat was in deze zaak overduidelijk niet het geval.
De laatste mogelijkheid voor navordering werd de zussen wél fataal. Navordering is – sinds 2010 – altijd toegestaan, ook zonder nieuw feit, als er te weinig belasting is geheven omdat de aanslag door een fout van de Belastingdienst tot een te laag bedrag is vastgesteld én dit ‘de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is’. Dat ‘kenbaar zijn’ is in de wet nader ingevuld: als de te weinig geheven belasting ten minste 30% van de werkelijk verschuldigde belasting bedraagt, is per definitie voldaan aan dit kenbaarheidsvereiste.
Het Hof besliste dat navordering op deze grond was toegestaan. De aanslag was te laag door een misslag – letterlijk: een intoetsfout – van de Belastingdienst. Een vergissing waardoor een discrepantie was ontstaan tussen wat de ambtenaar wilde, namelijk de aanslag vaststellen conform de aangifte, en wat daadwerkelijk in het aanslagbiljet was vastgelegd. Zo’n vergissing kan worden nagevorderd. Een fout niet: als de aanslag te laag is vastgesteld door een beoordelingsfout van de kant van de inspecteur, komt die fout voor zijn rekening. Bij een beoordelingsfout heeft de inspecteur een hem verwijtbaar onjuist inzicht in de feiten of wettelijke regelingen. Dat was hier niet het geval!
De conclusie laat zich raden: een vergissing wordt een fout als die niet hersteld wordt.
Terug naar boven