Vraagtekens

BTW en Brexit

22 februari 2019

Tot 29 maart behoort het Verenigd Koninkrijk nog tot de Europese Unie. Wat er daarna gaat gebeuren staat in de sterren geschreven. Deal of no-deal? Of helemaal geen Brexit? Onzekerheid alom. Voor Nederlandse ondernemers die zaken doen met ondernemers of particulieren in het Verenigd Koninkrijk (VK) heeft de Brexit vergaande gevolgen, met name voor de heffing van omzetbelasting. De Rijksoverheid adviseert ondernemers om zich voor te bereiden op een no-deal Brexit. In deze special bespreken we de BTW-consequenties van dat scenario.

Brexit: vrijdag 29 maart 2019, 23.00 uur VK-tijd

1444_2019-01-013.jpgTheresa May kan met de Europese Unie nog tot vlak voor 29 maart 2019 nadere afspraken maken over het wat en hoe van de Brexit. Het is goed denkbaar dat er een overgangsperiode wordt afgesproken, tot januari 2021, waardoor er voorlopig weinig tot niets zal veranderen. Of dat er een soft-Brexit komt, waarbij maatregelen worden getroffen om de BTW-gevolgen te beperken. Denk aan een douane-unie, waarbij de heffing van invoerrechten (gedeeltelijk) wordt uitgesloten voor transacties tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie.
Als afspraken om ‘vijf voor elf” – let op: de VK-tijd is beslissend! – niet mogelijk blijken krijgen we een harde Brexit, een no-deal Brexit, waarbij geen overgangsmaatregelen getroffen worden. Het Verenigd Koninkrijk wordt dan vanaf dat tijdstip voor de BTW aangemerkt als een derde land: de heffing van BTW vindt dan niet langer plaats volgens de Europese BTW-richtlijn. Hierna gaan we van dat scenario uit, voor leveringen en diensten, vóór en ná een no-deal Brexit.

BTW en leveringen verricht aan het Verenigd Koninkrijk vóór de Brexit

B2B - Verkoop aan Verenigd Koninkrijk
Als een Nederlandse ondernemer goederen levert aan een ondernemer/afnemer in het Verenigd Koninkrijk, is op de levering 0% Nederlandse BTW verschuldigd omdat sprake is van een intracommunautaire levering. De ondernemer die het 0%-tarief toepast moet dan wel kunnen aantonen dat de goederen Nederland hebben verlaten. Denk aan een driemaal getekende CMR-vrachtbrief, betalingsbewijzen en correspondentie met de afnemer. Bewaar deze stukken in de administratie bij de verkoopfactuur. Deze leveringen vallen onder vraag 3b van de BTW-aangifte.

B2C - Verkoop aan Verenigd Koninkrijk
Bij leveringen van goederen aan particulieren of andere afnemers zonder BTW-identificatienummer in het Verenigd Koninkrijk geldt de regeling afstandsverkopen. De ondernemer in Nederland moet de omzet van de verkopen bijhouden, en als die omzet de voor het Verenigd Koninkrijk vastgestelde drempel van £ 70.000 / € 80.197 overschrijdt is hij BTW verschuldigd in het Verenigd Koninkrijk. De Nederlandse ondernemer moet zich dan in het VK registreren voor de BTW. Tot het bereiken van de drempel kan de leverancier Nederlandse BTW in rekening brengen en die in Nederland afdragen.

Inkoop vanuit Verenigd Koninkrijk
Als een Nederlandse ondernemer goederen koopt van een leverancier in het Verenigd Koninkrijk en die goederen worden naar Nederland vervoerd, dan moet de VK-leverancier 0% BTW berekenen en de Nederlandse afnemer 21% BTW aangeven in Nederland over de waarde van de goederen. Dit moet worden aangegeven bij vraag 4b van de BTW-aangifte

BTW en leveringen verricht aan het Verenigd Koninkrijk ná de Brexit

B2B - Verkoop aan Verenigd Koninkrijk
Bij een no-deal Brexit wordt het Verenigd Koninkrijk als derde-land behandeld. Dit betekent dat een levering van goederen aan een afnemer in het Verenigd Koninkrijk voor de Nederlandse BTW als export met 0% BTW is belast. Er hoeft geen opgaaf ICP te worden gedaan. Afhankelijk van de BTW-regels in het Verenigd Koninkrijk geeft de afnemer of de Nederlands leverancier de BTW aan in het Verenigd Koninkrijk.

B2C - Verkoop aan Verenigd Koninkrijk
Bij verkoop van goederen aan consumenten is sprake van export en is 0% BTW in Nederland verschuldigd. Voor pakketjes die vanuit de EU naar het Verenigd Koninkrijk gaan met een waarde tot GBP 135 komt volgens de Britse overheid een online portaal beschikbaar waarin de in het Verenigd Koninkrijk verschuldigde BTW-bedrag kan worden aangegeven en betaald. Bij pakketjes met een waarde van GBP 135 of meer wordt de BTW van de ontvangers in het Verenigd Koninkrijk geheven.

Inkoop vanuit Verenigd Koninkrijk
Koopt een Nederlandse ondernemer goederen van een leverancier in het Verenigd Koninkrijk en worden de goederen in het kader van de levering naar Nederland vervoerd, dan is er sprake van import. De Nederlandse afnemer moet de BTW bij de douane aangeven en douaneaangifte doen van de invoer, tenzij hij over een artikel 23-vergunning beschikt.
Het voordeel van een artikel 23-vergunning is dat de invoer-BTW niet bij de grens wordt betaald, maar in de BTW-aangifte wordt aangegeven. Diezelfde BTW kan als voorbelasting in dezelfde BTW-aangifte in aftrek worden gebracht. Dit levert een liquiditeitsvoordeel op.

BTW en diensten verricht aan het Verenigd Koninkrijk vóór de Brexit

B2B - Verkoop aan Verenigd Koninkrijk
Verricht een Nederlandse ondernemer een dienst aan een ondernemer in het Verenigd Koninkrijk dan is onder de huidige regels de dienst volgens de hoofregel belast in het land van de afnemer, het Verenigd Koninkrijk. De BTW wordt verlegd naar de afnemer in het Verenigd Koninkrijk; die moet de BTW in het Verenigd Koninkrijk aangeven. De Nederlandse ondernemer vermeldt de woorden ‘reversed charge’ op de factuur en vermeldt geen BTW op de factuur. Wel geeft hij de levering aan bij vraag 3b van de BTW-aangifte. Deze regels gelden als hoofdregel. Voor bepaalde diensten, zoals diensten met betrekking tot onroerende zaken, gelden andere regels om vast te stellen waar de BTW verschuldigd is.

B2C - Verkoop aan Verenigd Koninkrijk
Diensten verricht aan particuliere afnemers in het Verenigd Koninkrijk en afnemers zonder een BTW-identificatienummer zijn volgens de hoofdregel belast in Nederland, zodat 21% Nederlandse BTW in rekening moet worden gebracht.
De verkoop van elektronische diensten aan particulieren in het Verenigd Koninkrijk is aldaar belast. De Nederlandse ondernemer die elektronische diensten levert aan particulieren in het Verenigd Koninkrijk moet zich daar registeren.

Inkoop vanuit Verenigd Koninkrijk
Als een Nederlandse ondernemer een dienst afneemt van een ondernemer in het Verenigd Koninkrijk wordt de BTW verlegd naar de Nederlandse ondernemer. De Nederlandse ondernemer geeft de BTW over de dienst in Nederland aan bij vraag 4b van de BTW-aangifte.

BTW en diensten verricht aan het Verenigd Koninkrijk ná de Brexit

B2B - Verkoop aan Verenigd Koninkrijk
Na een no-deal Brexit is de dienst volgens de hoofdregel belast in het land van de afnemer, het Verenigd Koninkrijk. De ondernemer vermeldt geen BTW op de factuur maar de woorden ‘VAT Out of Scope’. Afhankelijk van de wetgeving in het Verenigd Koninkrijk moet de afnemer daar BTW aangeven.

B2C - Verkoop aan Verenigd Koninkrijk
De dienst is belast in Nederland. De Nederlandse ondernemer moet 21% BTW in rekening brengen. Voor een aantal diensten, zoals diensten met betrekking tot onroerende zaken en restaurant- en cateringdiensten, gelden andere regels om vast te stellen waar BTW verschuldigd is.

Inkoop vanuit Verenigd Koninkrijk
Als een Nederlandse ondernemer een dienst afneemt van een ondernemer in het Verenigd Koninkrijk is die dienst belast in Nederland. Aante geven bij vraag 4a van de BTW-aangifte. Voor sommige diensten geldt een uitzondering, bijvoorbeeld diensten met betrekking tot onroerende zaken.

Actiepunten handel met het VK ná de Brexit

EORI-nummer
Een Nederlandse ondernemer heeft een EORI-nummer nodig, om zaken te doen met ondernemers buiten de Europese Unie. Het EORI-nummer is een identificatienummer dat ondernemers nodig hebben bij het zaken doen over de grens en daarbij met de Douane te maken krijgen (EORI = Economic Operators Registration and Identification). Ga alvast na wat uw EORI-nummer is, zodat ook na 29 maart 2019, na de Brexit, de transacties met het Verenigd Koninkrijk door kunnen gaan. Ga ook na of de aangiftesoftware moet worden aangepast, zodat douaneaangifte kan worden gedaan.

Artikel 23-vergunning
Veel ondernemers die zaken doen met het Verenigd Koninkrijk hebben van de Belastingdienst een brief ontvangen waarin ze gewezen worden op de mogelijkheid om een artikel 23-vergunning aan te vragen. De ondernemer mag in dat geval de BTW bij invoer van goederen aangeven in de BTW-aangifte bij vraag 4a, in plaats van dat de BTW direct bij invoer verschuldigd is. Dit levert de ondernemer een liquiditeitsvoordeel op. De artikel 23-vergunning kan aangevraagd worden met het formulier dat bij de brief is aangehecht. Heeft de ondernemer geen formulier ontvangen, dan kan de artikel 23-vergunning ook per brief worden aangevraagd. Voor de vergunning gelden de volgende vereisten:

- de ondernemer woont in Nederland of is daar gevestigd;
- de ondernemer importeert regelmatig goederen uit niet-EU-landen;
- de ondernemer voert een aparte administratie waaruit blijkt hoeveel BTW bij import verschuldigd is;
- de ondernemer doet per maand of per kwartaal BTW-aangifte.

AEO-vergunning
Ondernemers die deelnemen aan het internationale handelsverkeer kunnen bij de Douane de status van Authorised Economic Operator (AEO) aanvragen. Zo’n AEO-vergunning biedt allerlei voordelen in het internationale handelsverkeer.
De douane stelt zich soepeler op tegen ondernemingen met een AEO-certificering. Zo worden bijvoorbeeld minder fysieke- en documentcontroles uitgevoerd. En door buitenlandse handelspartners wordt steeds vaker gevraagd of de ondernemer met wie zij zakendoen over een AEO-certificering beschikt; een AEO-certificering vergroot de aantrekkelijkheid als internationale handelspartner. De Belastingdienst/Douane bezoekt elk bedrijf dat een AEO-aanvraag indient, en spreekt dan met de directie van het bedrijf en personen die betrokken zijn bij het uitvoeren van het AEO-self-assessment.
Een AEO-certificering brengt ook verplichtingen met zich mee, zoals het regelmatig evalueren van douane-processen en waar nodig actie ondernemen om aan de vele regels te voldoen.


Making Tax Digital (MTD)
Door de Brexit-perikelen is het Making Tax Digital project van de Britse overheid wat in vergetelheid geraakt. Het MTD omvat het plan van de regering om de Britse belastingdienst te digitaliseren. Het eerste gebied waarop dit effect zal hebben is de BTW. Ondernemingen die voor BTW geregistreerd zijn in het Verenigd Koninkrijk (boven drempel van £ 85.000) zijn, in beginsel vanaf de eerste BTW-periode op of na 1 april 2019, verplicht om:
- de BTW-gegevens elektronisch te onderhouden;
- de BTW-aangiften in te dienen bij HMRC via MTD-compatibele software.
Het idee is dat de gegevens die nodig zijn voor de BTW-aangiften verzameld worden uit de elektronisch bijgehouden gegevens en vervolgens digitaal naar het HMRC worden verzonden. Veel ondernemingen moeten daardoor hun huidige boekhoudsoftware aanpassen naar MTD-compatibele software. Indien ze andere software gebruiken, moeten ze een soort ‘overbruggingssoftware’ gebruiken die de informatie uit de bestaande software haalt en het mogelijk maakt om deze met HMRC in te dienen.

Daarnaast moeten ondernemers de volgende punten nalopen en de administratie zo nodig hierop aanpassen:
- Welke verkoopvoorwaarden moeten na de Brexit worden aangehouden?
- Onder welke goederencode moeten de goederen worden ingedeeld, zodat het invoer-percentage vast gesteld kan worden?
- Hoe wordt de douanewaarde van de goederen bepaald?
- Wat is de (douane-technische) oorsprong van de goederen?
- Zijn op de uit te voeren goederen niet fiscale maatregelen, zoals bijvoorbeeld veterinaire controles, van toepassing?
- Worden de goederen aangemerkt als goederen voor tweeërlei gebruik of militaire goederen?

Brexit Impact-scan; de Brexit-vouchers
De Rijksoverheid heeft een Brexit Impact-scan beschikbaar gesteld. Daarmee kunt u checken welke maatregelen nodig zijn om uw bedrijf Brexit-proof te maken. Voor meer informatie klik hier voor het 12-stappenplan (PDF). MKB-ondernemers kunnen in aanmerking komen voor een Brexit-subsidie. De Rijksdienst voor Ondernemer Nederland stelt Brexit-vouchers beschikbaar, waarmee de MKB-ondernemer subsidie krijgt voor het verkrijgen van advies over alternatieve markten en de gevolgen van de Brexit voor de onderneming. De vouchers geven een korting tot 50% van de kosten voor het advies van een externe deskundige.

Conclusie
De Brexit heeft gevolgen voor iedere ondernemer die inkoopt of verkoopt vanuit of aan het Verenigd Koninkrijk. Ondernemers moeten nu actie ondernemen om die handelstransacties ook na de Brexit door te laten gaan. Het is verstandig om snel een artikel 23-vergunning aan te vragen, om nadelige gevolgen voor de cashflow te voorkomen en de bijbehorende administratie tijdig juist in te richten. De Brexit roept ook vragen op met betrekking tot de contractuele aansprakelijkheid bij vertraagde zendingen in verband met het vrachtverkeer tussen het Verenigd Koninkrijk en het vasteland. LTO Nederland roept het kabinet op om veel douaneambtenaren en keuringsdiensten in te zetten om schade te voorkomen als bederfbare waar aan de grens moeten wachten.

In collegiale samenwerking met mr. Carola van Vilsteren (www.btwadvies.com)

Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie