Vraagtekens

Business-seats: BTW-aftrek vergt openheid van zaken

28 augustus 2018

De ondernemer die de omzetbelasting in aftrek wil brengen op de kosten van ‘het geven van relatiegeschenken of het doen andere giften’ moet de inspecteur man en paard noemen. De inspecteur kan met die gegevens proberen te voldoen aan de op hem rustende bewijslast om aan te tonen dat de omzetbelasting niet aftrekbaar is op grond van het Besluit Uitsluiting Aftrek Omzetbelasting (BUA). Als de ondernemer die gegevens niet verstrekt verspeelt hij sowieso de BTW-aftrek, zo heeft de Hoge Raad recent beslist.

BV X huurde business seats bij een grote voetbalclub in Rotterdam. Die business seats werden gebruikt door de DGA van BV X, zijn broer, de projectleider van BV X, en hun (potentiële) zakenrelaties. BV X bracht de omzetbelasting op de huur van de business seats als voorbelasting in aftrek. De inspecteur schrapte die aftrek op grond van het Besluit Uitsluiting Aftrek Omzetbelasting (BUA): de BTW was niet aftrekbaar omdat de zakelijke relaties die gebruik maakten van de business seats de omzetbelasting (hoofdzakelijk) niet als voorbelasting in aftrek hadden kunnen brengen als hen die rechtstreeks in rekening zou zijn gebracht. De BTW-aftrek voor het gebruik door het personeel van BV X was uitgesloten omdat met deze uitgaven  gelegenheid tot ontspanning werd gegeven.

1397_2018-04-009.jpgRechtbank Zeeland – West-Brabant was het daar mee eens: zie ook BelastingBelangen, april 2015: Geen BTW-aftrek op business seats. Hof Den Bosch besliste in beroep anders. Het Hof concludeerde dat de inspecteur niet had voldaan aan de op hem rustende bewijslast om aan te tonen dat de zakenrelaties de BTW niet (hoofdzakelijk) in aftrek hadden kunnen brengen. De BTW op het gebruik van de zitplaatsen door de personeelsleden van BV X vond het Hof niet aftrekbaar: bij die uitgave was het persoonlijke belang overheersend. Zie ook BelastingBelangen, december 2016: Business seats voor zakenrelaties: aftrek BTW.
Zowel BV X als Financiën gingen tegen deze uitspraak in cassatie. De Hoge Raad stelde vast dat de bewijslast voor de uitgaven voor zakenrelaties op de inspecteur rustte. Hij moest aannemelijk maken dat de zakenrelaties de omzetbelasting voor het gebruik van de business seats (hoofdzakelijk) niet in aftrek hadden kunnen brengen. De ondernemer moest de inspecteur dan wel melden wie gebruik hadden gemaakt van de business seats, om hem aanknopingspunten te geven om aan zijn bewijslast te kunnen voldoen. Als de ondernemer die gegevens niet verstrekt vervalt de BTW-aftrek. BV X kon die gegevens niet verstrekken omdat zij die niet had bijgehouden. De BV had daarom geen recht op BTW-aftrek op het gebruik van de business seats door zakenrelaties. De Hoge Raad besliste verder dat het aannemelijk was dat het gebruik door personeelsleden van de BV voor privé was. De ondernemer kon proberen het tegendeel aan te tonen, bijvoorbeeld als de voetbalwedstrijden steeds met zakenrelaties werden bezocht. Hof Arnhem – Leeuwarden moet dat alsnog gaan beoordelen.

Commentaar
Dit arrest maakt duidelijk dat de verdeling van de bewijslast beslissend is voor de BTW-aftrek. De ondernemer die de BTW-aftrek op relatiegeschenken veilig wil stellen moet goed bijhouden welke relaties hij welke geschenken geeft. Dan is deze BUA-bepaling een papieren tijger.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie