Vraagtekens

R/C-schuld bij de BV: uitdeling van winst, mét boete

22 februari 2017

Veel directeuren-grootaandeelhouders hebben een schuld in rekening-courant bij hun BV. De DGA neemt geld bij de BV op, in rekening-courant, veelal om zijn lage salaris uit de BV aan te vullen. Als de DGA die schuld niet meer kan aflossen omdat zijn privévermogen en inkomen ontoereikend is, heeft het bedrag van de schuld het vermogen van de BV definitief verlaten. Er is dan sprake van een uitdeling van winst, belast tegen het aanmerkelijkbelang-tarief van 25%. De inspecteur kan bij die aanslag – onder omstandigheden - een vergrijpboete opleggen. Rechtbank Noord-Holland heeft dat in een recente uitspraak bevestigd.

Ton Netjes was directeur-enigaandeelhouder van zijn holding-BV. Die BV hield 50% van de aandelen in BV X, de moedermaatschappij van BV Y en BV Z. Netjes verrichte werkzaamheden voor zijn holding en voor BV X. Na een boekenonderzoek constateerde de inspecteur dat Netjes over 2009, 2010 en 2011 geen salaris bij de BV had opgenomen, en dat zijn schuld in rekening-courant bij de holding-BV substantieel was toegenomen, in 2009 met € 100.716, in 2010 met € 189.859 en 2011 met € 167.724. De inspecteur corrigeerde dat: hij nam alsnog jaarlijks € 41.000 als gebruikelijk loon in aanmerking, én hij merkte de toename van de schuld in rekening-courant over 2009, 2010 en 2011 aan als een uitdeling van winst. Zijns inziens hadden de opgenomen bedragen het vermogen van de BV definitief verlaten, nu Netjes de schuld vanuit privé nimmer meer kon aflossen. Bovendien had Netjes voor de aflossing geen zekerheden gesteld, er was geen rekening-courant overeenkomst, rente en aflossingen waren niet overeengekomen én de BV had nimmer incassomaatregelen getroffen. Dat alles rechtvaardigde volgens de inspecteur een navordering met 50% vergrijpboete.

1240_2017-01-007.jpg
Netjes ging in beroep tegen de navorderingsaanslagen én de boete.
Hij stelde dat hij altijd van plan was geweest om zijn r/c-schuld bij de holding af te lossen en dat die schuld in de nabije toekomst met – onder meer – een dividenduitkering kon worden afgelost. Verder vond hij de vergrijpboete van 50% onredelijk hoog nu hij zich niet bewust was geweest van enige bevoordeling.

Rechtbank Noord-Holland besliste dat de inspecteur de toename in rekening-courant over de jaren 2009, 2010 en 2011 terecht als uitdeling van winst had aangemerkt. De Rechtbank vond het op grond van de door de inspecteur aangedragen feiten en omstandigheden alleszins aannemelijk dat de DGA zijn schuld niet meer kon aflossen. Belanghebbende had niet weersproken dat hij de opnamen in rekeningcourant had gedaan om in zijn levensonderhoud te voorzien en dat hij niet over privévermogen beschikte waaruit hij de schuld kon aflossen. Daarmee stond voor de Rechtbank vast dat het bedrag van de schuld het vermogen van de vennootschap definitief had verlaten. En dat er sprake was van een uitdeling van winst. Dat was niet anders als de schuld in de toekomst kon worden verrekend met een dividenduitkering. De Rechtbank verwees hiervoor naar een arrest van de Hoge Raad uit oktober 2004 waarin dat was beslist.
Volgens de Rechtbank was de DGA zich van een en ander bewust geweest, of had hij dat moeten zijn. Dat rechtvaardigde een boete. Maar volgens de Rechtbank kon niet worden geconcludeerd dat de DGA willens en wetens een ‘scheve schaats had gereden’. Hem kon wel grove schuld worden verweten. Hij had op de zitting verklaard dat zijn boekhouder die zijn aangifte had verzorgd over weinig fiscale kennis beschikte. Daarmee stond vast dat de DGA niet de vereiste zorg had betracht bij de keuze van zijn adviseur. De Rechtbank vond een boete van 25% passend en geboden.

Commentaar
Deze uitspraak zal veel DGA doen schrikken. In de praktijk circuleren schattingen dat de 220.000 DGA’s in ons land gezamenlijk zo’n € 10 miljard schuld in rekening-courant bij hun BV hebben. Op dat bedrag zit een belastingclaim van 25% aanmerkelijkbelang-heffing, dat is gebruteerd – als de BV de belasting moet voldoen – ruim 33%, ofwel een belastingbedrag van € 3,3 miljard. Als de fiscus daar achteraan gaat, met de aanpak van Rechtbank Noord-Holland, zijn voor veel DGA’s de bekende rapen meer dan gaar.
De uitspraak maakt nog eens duidelijk dat een uitdeling van winst niet kan worden afgeweerd met een ‘toekomstige’ dividenduitkering door de BV. De Hoge Raad heeft dat verweer al in oktober 2004 afgewezen. Duidelijk is ook dat de rol van de adviseur in dit soort zaken van belang is voor onder meer de hoogte van de boete. DGA’s met een forse schuld in rekening-courant aan de BV doen er verstandig aan om snel orde op zaken te stellen. Ook al omdat de bestuurdersaansprakelijkheid hier op de loer ligt. Zie ook BelastingBelangen, februari 2016: Rekening-courantschuld DGA: gewoon wegstrepen?

Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie