Vraagtekens

Tweede Kamer: strengere aanpak multinationals

25 juni 2019

De belastingafdracht door multinationals in Nederland is onder de maat. Shell betaalt in Nederland geen cent winstbelasting, en ook andere multinationals betalen weinig of niets. De Tweede Kamer heeft op 29 mei jl. een hoorzitting gehouden over de belastingafdracht door multinationals en de uitkomsten daarvan zijn aanleiding voor veel politieke reuring: Den Haag wil een eerlijker belastingheffing over de winsten van multinationals.

De president directeur van Shell Nederland heeft erkend dat Shell in Nederland al jaren geen winstbelasting betaalt. Shell Nederland heeft – volgens berichten in de pers – in Nederland wél winst gemaakt, in 2016 € 1 miljard, in 2017 € 1,3 miljard, maar dat heeft de schatkist geen vennootschapsbelasting opgeleverd. Op de winst kunnen tal van hoofdkantoorkosten in aftrek worden gebracht, zoveel dat de winst omslaat in een verlies. Shell betaalt wél vennootschapsbelasting over de winsten van de NAM, die voor 50% procent eigendom is van Shell. In 2018 was dat 230 miljoen. Shell betaalt wel andere belasting in ons land: vorig jaar zo’n € 4,5 miljard aan BTW, accijnzen en loonbelasting. Veel andere beursgenoteerde multinationals betalen evenmin winstbelasting in Nederland. Zij maken optimaal gebruik van de fiscaal gunstige regelingen voor hoofdkantoren. Daarbij worden twee regelingen nadrukkelijk genoemd: de 0% optie voor hoofdkantoorkosten, en de liquidatieverliesregeling.

1463_2019-03-004.jpgDe 0%-optie houdt in dat een in Nederland gevestigd hoofdkantoor de kosten die zij – als hoofdkantoor – maakt voor haar (buitenlandse) dochtervennootschappen zonder winstopslag kan doorberekenen aan die vennootschappen. Deze regeling is vastgelegd in een beleidsbesluit van Financiën. Nederland loopt door deze 0%-optie forse bedragen aan winst mis. De OESO rekent voor dergelijke kostendoorbelastingen een vaste winstopslag van 5%.
De liquidatieverliesregeling biedt multinationals de mogelijkheid om de verliezen bij liquidatie van een (buitenlandse) dochtervennootschap in aftrek te brengen op de in Nederland belastbare winst. Als Shell in een buitenland veel kosten maakt om een olieveld te ontwikkelen en dat loopt uit op een sof, kan het Nederlandse hoofdkantoor die deelneming liquideren en het liquidatieverlies in Nederland in aftrek brengen. Dat een liquidatieverlies in aftrek kan worden gebracht is logisch, maar waarom moet dat in Nederland zijn? De Tweede Kamer wil daar wat aan gaan doen. Enkele kamerleden hebben een initiatiefwetsvoorstel ingediend om de liquidatie- en stakingsverliesregeling in de vennootschapsbelasting te wijzigen, om ‘oneigenlijk gebruik’ tegen te gaan en de belastinggrondslag te verbreden. De beperkte verliesverrekening moet per 1 januari 2021 in werking treden.

Commentaar
Nederland is volgens de nieuwe ranglijst van het internationale Tax Justice Network het vierde belastingparadijs in de wereld. Wij moeten alleen de Maagdeneilanden, Bermuda en de Kaaiman-eilanden voor ons dulden. Veel Tweede Kamerleden, met name vanuit de oppositie, willen de fiscaal gunstige positie van hoofdkantoren in Nederland aanpakken. Een vergaande beperking van de liquidatieverliesregeling kan een grotere impact hebben dan de – vorig jaar afgeblazen – afschaffing van de dividendbelasting.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie