Vraagtekens

Fiscus moet terughoudend zijn bij gebruik van bewijsvermoedens bij administratieplicht

25 augustus 2021

De Hoge Raad heeft beslist dat de inspecteur niet op basis van bewijsvermoedens mag aannemen dat een loonadministratie over niet-gecontroleerde tijdvakken dezelfde gebreken vertoont als de administratie over wél-gecontroleerde tijdvakken.

1600_21.jpgTijdens een boekenonderzoek bij een horeca-BV nam de inspecteur een informatiebeschikking, omdat de roosters voor het personeel niet werden bewaard en niet werd geregistreerd welk personeelslid beschikte over welke kassa-magneetkaart en welke portemonnee. De BV ging in beroep. Hof Den Haag besliste dat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de loonadministratie in 2011 en 2012 niet voldeed aan de administratie- en bewaarplicht. Aan het feit dat de BV vanaf 2006 op hetzelfde adres was gevestigd met hetzelfde ondernemingsconcept, dezelfde doelgroep, dezelfde bedrijfsvoering en dezelfde bedrijfsleiders ontleende het Hof het bewijsvermoeden dat de loonadministratie ook in de tussenliggende periode waarover de boeken niet waren gecontroleerd dezelfde gebreken vertoonde als in 2011 en in december 2012. De BV ging met succes in cassatie.

De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2021:986) was het met de BV eens dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de loonadministratie van de maand december 2012 niet voldeed aan de daaraan op grond van artikel 52 AWR te stellen eisen. De Hoge Raad was het ook met de BV eens dat het Hof niet had mogen beslissen dat de inspecteur met de bevindingen van het niet-afgeronde boekenonderzoek voor 2011 aannemelijk had gemaakt dat de loonadministratie van 2011 niet aan de eisen voldeed. De Hoge Raad besliste tot slot dat het Hof ten onrechte op basis van bewijsvermoedens, dus zonder dat de administratie was onderzocht, had beslist dat de loonadministratie ook in de tussenliggende periode (januari tot en met november 2012) dezelfde gebreken vertoonde als de gebreken in de administratie die was gevoerd in 2011 en in december 2012. Volgens de Hoge Raad kunnen bewijsvermoedens niet goed worden gebruikt bij de beoordeling van de administratie van de administratieplichtige. Het zware verwijt dat een administratieplichtige in bepaalde, niet-onderzochte, aangiftetijdvakken niet heeft voldaan aan zijn administratie- en bewaarplicht kan daarom in de regel niet worden gebaseerd op het niet-naleven van de administratie- en bewaarplicht in wél onderzochte tijdvakken. Dit is alleen anders wanneer er voldoende zwaarwegende redenen zijn waarom dat onderzoek achterwege kan blijven, en bovendien aannemelijk is dat in de niet-onderzochte tijdvakken zich dezelfde of soortgelijke tekortkomingen hebben voorgedaan.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie