Vraagtekens

Inschrijving in BRP vereist voor kamerverhuurvrijstelling

24 februari 2021

De Hoge Raad heeft beslist dat de inschrijvingseis in de basisregistratie personen een voorwaarde is voor de toepassing van de kamerverhuurvrijstelling.

1566_1.jpgEen vrouw verhuurde in 2016 een deel van haar eigen woning via Airbnb aan personen die gedurende bepaalde perioden bij haar woonden. De inspecteur belastte 70% van de huurinkomsten van € 1.629 als voordelen uit het tijdelijk ter beschikking stellen van de eigen woning. De vrouw ging in beroep. Hof Den Haag besliste dat deze inkomsten waren vrijgesteld op grond van de kamerverhuurvrijstelling. Het Hof verwierp de stelling van de inspecteur dat het ontbreken van een registratie van de betreffende huurders in de basisregistratie personen (BRP) voldoende was om de kamerverhuurvrijstelling te weigeren. De staatssecretaris ging met succes in cassatie.

De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:1741) besliste dat de eis van inschrijving in de BRP een voorwaarde was voor toepassing van de kamerverhuurvrijstelling. De parlementaire geschiedenis van artikel 3.114 Wet IB 2001 en die van het door deze bepaling vervangen artikel 26 Wet IB 1964 bevatten geen aanknopingspunt om toch aan te nemen dat de inschrijvingseis geen zelfstandige betekenis had. De beslissing van het Hof was daarom onjuist. Het Hof had ook niet in het midden mogen laten of artikel 3.113 Wet IB 2001 van toepassing was op het verhuren van een deel van de eigen woning, en had moeten beslissen dat de door de vrouw verkregen inkomsten uit het verhuren van een gedeelte van de woning terecht waren belast.

Commentaar
Verhuur van een deel van de eigen woning kan fiscaal voordelig uitpakken omdat - onder voorwaarden - de huurinkomsten belastingvrij kunnen worden ontvangen, terwijl de eigenwoningrente voor de volle 100% in aftrek kan worden gebracht. De huurinkomsten mogen niet hoger zijn dan € 5.668. Het gaat dan om de huur inclusief de vergoeding voor het gebruik van meubilair, energie en dergelijke. Het verhuurde gedeelte moet deel uitmaken van de woning en is geen zelfstandige woning. De verhuurder en de huurder zijn tijdens de huurperiode ingeschreven bij de gemeente op het adres van de woning van de verhuurder. De verhuur mag niet van korte duur zijn. Verhuur aan vakantiegasten valt daarom niet onder de kamerverhuurvrijstelling. Als de tijdelijke verhuurregeling van toepassing is, wordt 70% van de inkomsten belast in box 1.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie