Vraagtekens

Inschrijving op briefadres voldoende voor inkomensafhankelijke combinatiekorting

24 februari 2022

Rechtbank Zeeland-West-Brabant beslist in onderstaande zaak dat een inschrijving door een moeder met haar dochter op hetzelfde briefadres voldoende was voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK).

1627_8.jpgEen moeder en haar dochter verhuisden eind naar Frankrijk met de toenmalige partner van de vrouw. Toen bleek dat de partner een relatie met een ander had, keerden moeder en dochter in oktober 2017 terug naar Nederland en trokken tijdelijk in bij bekenden in Bergen op Zoom. Zij schreven zich ook in op dat adres, maar niet als woonadres maar als briefadres. In november 2017 ging de moeder werken en de dochter naar school. Omstreeks 16 juli 2018 verhuisden moeder en dochter naar Velp waar zij zich inschreven. De inspecteur weigerde in de aangifte IB 2018 van de moeder de IACK omdat zij en haar dochter niet ten minste zes maanden op hetzelfde woonadres stonden ingeschreven in de Basisregistratie Personen. De moeder ging met succes in beroep.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2021:6107) besliste dat in dit geval aan de inschrijvingseis was voldaan in verband met de bijzondere omstandigheden en het doel van de inschrijvingseis, namelijk (1) de moeder had feitelijk de zorg over haar dochter en de dochter behoorde tot haar huishouden, (2) de moeder voldeed daarmee aan de "zorg"-eis voor de IACK, (3) moeder en dochter stonden op hetzelfde adres ingeschreven in de Basisregistratie Personen, zij het niet als woonadres maar als briefadres, (4) de moeder had geen reëel alternatief voor het inwonen en kon zich niet op het adres als woonadres inschrijven, (5) op het adres waarop moeder en dochter waren ingeschreven, woonden zij ook feitelijk en mocht ook gewoond worden, (6) bij een juiste inschrijving in de Basisregistratie Personen, waren moeder en dochter op het woonadres ingeschreven, aangezien naar de maatstaven van de Wet Basisregistratie Personen sprake was van een woonadres voor moeder en dochter, (7) er was geen risico dat een ander de IACK toepaste omdat de dochter niet op een ander (woon)adres was ingeschreven in de Basisregistratie Personen en (8) de moeder werkte in de periode tot 16 juli 2018 al, zodat er in die periode al sprake was van een situatie van combinatie van werk en zorg, waarvoor de IACK was bedoeld. De vrouw had recht op de IACK.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie