Vraagtekens

Lening aan grote klant zakelijk, afwaardering aftrekbaar

18 februari 2020

Een lening aan een belangrijke klant met de bedoeling die klant te behouden, is een zakelijke lening en behoort tot het ondernemingsvermogen.


1508_bb202002-art36.jpgMeer dan 75% van de omzet van het administratiekantoor van A was afkomstig van een BV en haar dochter-BV's waarvan B aandeelhouder was. Eind 2008 verstrekte A een lening van € 150.000 aan een BV van B. De lening was verstrekt omdat de BV tijdelijke liquiditeitsproblemen had. In 2010 verstrekte A een tweede lening van € 41.100 en merkte beide leningen aan als ondernemingsvermogen. Daarna raakte de BV van B in grotere financiële problemen. In 2012 waardeerde A de vordering op de BV af en bracht € 71.629 ten laste van zijn winst. De inspecteur ging daar niet mee akkoord, maar Hof Arnhem-Leeuwarden besliste anders.

Hof Arnhem-Leeuwarden vond het aannemelijk dat beide leningen uitsluitend waren verstrekt met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming van A, die uitsluitend een zakelijke relatie had met B, zijn belangrijkste klant die hij ook graag als klant wilde behouden. B was weliswaar in 2008 in liquiditeitsproblemen geraakt, maar had toen voldoende vermogen om de schulden te voldoen, zodat op dat moment geen sprake was van een onzakelijk hoog risico. De leningen waren volgens het Hof niet verstrekt uit speculatieve maar uitsluitend uit zakelijke overwegingen. De leningen vormden verplicht ondernemingsvermogen. De vraag of A de leningen niet of onder andere voorwaarden had moeten aangaan, was een toetsing van keuzes van een ondernemer en niet die van de inspecteur of de belastingrechter. De afwaardering kon als zakelijke last in mindering worden gebracht op de winst.

Commentaar
Voor het antwoord op de vraag of een door een ondernemer verstrekte lening tot zijn ondernemingsvermogen gaat behoren, is beslissend of hij die lening heeft verstrekt binnen het kader van de normale uitoefening van zijn onderneming. Een lening die is verstrekt voor doeleinden die vreemd zijn aan de onderneming, vormt verplicht privévermogen. Dat geldt dus niet voor een lening die voor een zakelijk doel is verstrekt, ook al ziet die lening niet op de dagelijkse activiteiten van de onderneming. In dat geval bestaat er een nauw verband tussen de lening en de ondernemingsuitoefening en is de lening verplicht ondernemingsvermogen.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie