Vraagtekens

Miljoenenstorting op bankrekening van eega bij aangaan huwelijk geen schenking

24 juni 2021

Een storting van € 10 mln op een gezamenlijke rekening bij het aangaan van een beperkte huwelijksgemeenschap is geen belaste schenking, omdat zich geen voltooide vermogensverschuiving heeft voorgedaan.

1594_35.jpgEen vrouw en een man gingen in 2008 huwelijksvoorwaarden aan en trouwden later in dat jaar. Hierbij kwamen zij overeen dat alle goederen werden uitgesloten van de algehele gemeenschap van goederen, met uitzondering van een bankrekening die op beider naam stond. In 2008 stortte de man € 10 mln op die bankrekening. In de jaren daarna namen beiden een aantal keren bedragen op van de rekening. In 2012 overleed de man. De inspecteur stelde dat bij het aangaan van het huwelijk in 2008 sprake was geweest van een schenking van de man aan de vrouw van € 5 mln en legde daarvoor een navorderingsaanslag schenkbelasting op. De vrouw ging in beroep. Rechtbank Gelderland en Hof Arnhem-Leeuwarden beslisten dat bij het aangaan van het huwelijk geen sprake was geweest van een schenking. De staatssecretaris ging in cassatie.

De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2021:708) besliste dat in een geval als hier aan de orde, van een belastbare schenking alleen sprake kan zijn als de inspecteur aannemelijk kan maken dat op het door hem gestelde moment het vermogen van de begunstigde tot een op dat moment bepaalbaar bedrag was bevoordeeld doordat een ander dat voordeel vanuit zijn vermogen had afgestaan. Door het tot stand brengen van de huwelijksgemeenschap had ieder van de echtgenoten een vordering op de bank gekregen ten aanzien van het gehele saldo van de bankrekening, en dat saldo kon gedurende het bestaan van de huwelijksgemeenschap wijzigen. Het feit dat de man ten aanzien van de helft van dat saldo geen vorderingen tegen de vrouw had kunnen instellen, was niet voldoende om aan te nemen dat de vrouw op het moment van ontstaan van de huwelijksgemeenschap kon beschikken over de helft van het toen aanwezige saldo. De Hoge Raad was het dan ook eens met de beslissing van het Hof dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat er bij het ontstaan van de huwelijksgemeenschap een vermogensverschuiving was geweest waarbij de vrouw ten laste van de man was verrijkt met een bedrag gelijk aan de helft van het toen op de bankrekening staande saldo.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie