Vraagtekens

Onterechte vermogenstoename van BV niet met foutenleer te belasten

21 april 2022

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft beslist dat een nog niet eerder in aanmerking genomen vermogenstoename niet met toepassing van de foutenleer kon worden gerekend tot het resultaat in het laatste nog openstaande jaar.

1642_6[5634].jpgEen BV gaf in haar aangifte Vpb 2006 een belastbaar bedrag aan van nihil en een negatief eindvermogen van € 1.045.314. De inspecteur legde de aanslag op conform de aangifte. De BV deed geen aangifte over 2007 tot en met 2010. De inspecteur stelde de aanslagen ambtshalve vast op nihil. De BV vermeldde in haar aangifte 2011 een beginvermogen van negatief € 701.678. De inspecteur corrigeerde de aangifte door met toepassing van de foutenleer de vermogenstoename in de periode 31 december 2006 tot 1 januari 2011 van € 343.636 tot het resultaat in 2011 te rekenen. De BV ging in beroep.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2022:327) besliste dat de inspecteur niet had bewezen dat de foutenleer van toepassing was. De stelling van de inspecteur dat hij niet beschikte over gegevens waaruit bleek aan welk jaar de vermogenstoename was toe te rekenen en in dat geval de vermogenstoename met toepassing van de foutenleer mocht worden gerekend tot het resultaat in het laatste nog openstaande jaar (2011), was een te ruime opvatting van de foutenleer. De inspecteur ging er ten onrechte van uit dat een nog niet in aanmerking genomen vermogenstoename uit een eerder jaar, met toepassing van de foutenleer kon worden gerekend tot het resultaat in het laatste nog openstaande jaar. De foutenleer had echter betrekking op herstel van een balansfout en daarvan was in dit geval geen sprake. De inspecteur had zonder nader onderzoek of zonder vragen te stellen over eerdere jaren nihilaanslagen opgelegd, hoewel geen aangiften waren gedaan. De inspecteur had de vermogenstoename ten onrechte tot het resultaat in 2011 gerekend.

Commentaar
De foutenleer is voor het eerst toegepast in het foutenarrest van de Hoge Raad van 22 oktober 1952. De foutenleer ziet op het totale winstbegrip en de balanscontinuïteit en is van toepassing als fouten in de balans niet gecorrigeerd kunnen worden in de jaren waarin de fouten zijn gemaakt omdat over die jaren al onherroepelijke aanslagen zijn opgelegd of de aanslagtermijn is verstreken. Daarom wordt van de regel van balanscontinuïteit afgeweken als in de eindbalans "bepaaldelijk" een fout is gemaakt. Het moet gaan om een foutieve balanswaardering die doorwerkt over meer jaren.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie