Vraagtekens

Tijdelijke terugkeer dochter in ouderlijk huis leidde tot verlies van hypotheekrenteaftrek

17 december 2019

Een dochter die twee maanden in haar voormalige ouderlijk huis woonde, zorgde ervoor dat haar naar het buitenland uitgezonden vader zijn recht op aftrek van eigenwoningrente kwijtraakte. Haar verblijf in de woning verhinderde de toepassing van de zogenoemde uitzendregeling.

Een militair was vanaf 2011 uitgezonden naar het buitenland. In 2014 en 2015 woonde hij met zijn echtgenote in Italië. Hun dochter woonde sinds 2010 voor haar studie op kamers maar verbleef in de weekenden vanwege een bijbaan nog wel in haar ouderlijk huis. Van 10 maart tot en met 7 mei 2014 was de woning haar hoofdverblijf en stond zij in afwachting van een stage ook ingeschreven op dat adres. In 2017 keerden de militair en zijn echtgenote terug naar Nederland en sindsdien woonden zij weer in de woning. De inspecteur weigerde de door de militair in 2014 en 2015 opgevoerde aftrek van eigenwoningrente. De woning was volgens de inspecteur vanaf 10 maart 2014 (de datum met ingang waarvan de dochter weer tijdelijk ingeschreven stond op dat adres) geen eigen woning meer.

Hof Den Bosch besliste dat de uitzendregeling vanaf 10 maart 2014 van toepassing bleef als (1) de dochter tijdens haar studie (ook) tot het huishouden van de militair was blijven behoren en daarom een beroep kon worden gedaan op de goedkeuring van de staatssecretaris in het besluit van 2 november 2009 óf (2) de dochter na terugkeer naar het ouderlijk huis op 10 maart 2014 weer tot het huishouden was gaan behoren. De eerste mogelijkheid was volgens het Hof niet aan de orde, omdat de dochter als uitwonende studente een maatschappelijk zelfstandige positie, buiten het gezin van haar ouders, had ingenomen. De dochter was volgens het Hof ook niet op 14 maart 2014 weer deel gaan uitmaken van het huishouden. Het huishouden van de militair bestond uit hemzelf en zijn echtgenote en bevond zich in Italië. Het gebruik van de woning door de dochter moest worden aangemerkt als terbeschikkingstelling aan een derde. Hierdoor was de uitzendregeling vanaf 10 maart 2014 niet meer van toepassing en kon de woning niet meer als eigen woning worden gekwalificeerd. Dit gold ook voor de periode nadat de dochter de woning weer had verlaten. De eigenwoningrente was niet meer aftrekbaar.

Commentaar
Op grond van de uitzendregeling kan een woning die een belastingplichtige (tijdelijk) niet meer als hoofdverblijf ter beschikking staat, toch als eigen woning worden aangemerkt. Als de belastingplichtige (tijdelijk) elders verblijft en zijn woning aanhoudt, kan de woning een eigen woning blijven, zodat tijdens de periode van leegstand aftrek van hypotheekrente mogelijk blijft. Dat is alleen het geval als de woning in die periode niet wordt verhuurd en ook niet wordt gedoogd dat derden de woning gebruiken. Ieder die niet behoort tot het huishouden van de belastingplichtige wordt aangemerkt als derde, en dus ook de tijdelijk teruggekeerde studerende dochter.

Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie