Vraagtekens

Welke controlemethode gaat de fiscus bij mij toepassen?

17 december 2019

De Belastingdienst gebruikt verschillende methodes bij een controle. De te gebruiken methode hangt vaak af van de soort belasting die wordt gecontroleerd. Kondigt de belastinginspecteur aan dat hij bij u langskomt voor een onderzoek, dan is het voor u natuurlijk wel handig als u wat meer weet over de methodes die de fiscus kan toepassen.

Antwoord
Eén van de controlemethodes die de Belastingdienst kan gebruiken, is de chi-kwadraatmethode. Deze controletechniek is gebaseerd op statistische regels waarmee bepaalde cijfers voorkomen in grotere reeksen van cijfers. Onderzoek van deze reeksen kan uitwijzen dat bepaalde cijfers of cijfercombinaties aanzienlijk vaker voorkomen dan te verwachten is. Dit kan dan tot de veronderstelling leiden dat de verzameling cijfers niet ‘toevallig’ tot stand is gekomen, maar door de belastingplichtige is geconstrueerd. Deze methode is gebaseerd op het uitgangspunt dat mensen een voorkeur hebben voor bepaalde cijfers en die cijfers onbewust gebruiken als ze een ‘willekeurige’ serie cijfers produceren. In de rechtspraak is dit uitgangspunt aanvaard. De chi-kwadraatmethode past de controleambtenaar toe als hij ‘vreemde’ dingen tegenkomt. Denk bijvoorbeeld aan ‘ronde’ bedragen, vaak gebruikte identieke bedragen, een duidelijk cijferpatroon, aangebrachte verbeteringen in de administratie of het ontbreken van een seizoenspatroon.
De Belastingdienst kan ook de geldsteekproef toepassen. Dit is vaak het geval als de hoeveelheid gegevens te groot is voor een handmatige controle. Zo kan de fiscus met controle op een beperkt deel van bepaalde kostenposten een oordeel geven over de totale omvang van die kostenpost. Voor een juiste toepassing van de steekproef is het wel noodzakelijk dat er een bepaalde massa/populatie wordt vastgesteld. De populatie kan bijvoorbeeld bestaan uit kostendeclaraties, kostenvergoedingen of kostenposten die in aanmerking komen voor een afdrachtvermindering. De fiscus kondigt een fiscale steekproef van tevoren aan, en geeft daarbij aan hoe de steekproef zal verlopen en hoe de belastinginspecteur de controle-items zal gebruiken. De proef mag worden toegepast voor de loonbelasting en BTW.
Een techniek die de controleambtenaar in de praktijk bij controle van de IB en VPB veel gebruikt, is de vermogensvergelijking. In het mkb is deze methode vaak het sluitstuk van de controle. Hierbij is de scheidslijn tussen zakelijk-privé voor een juiste winstbepaling cruciaal. Aan de hand van het vermogen aan het begin en het einde van een periode, in de meeste gevallen het kalenderjaar, en aan de hand van het aangegeven inkomen berekent de controleambtenaar een bedrag dat voor privébestedingen beschikbaar is. De uitkomst van deze berekening noemt hij het ‘bruto-privécijfer’.
Aan de hand van de uitgaven bepaalt hij vervolgens het netto-privécijfer. Als het netto-privécijfer te laag, onaanvaardbaar laag of zelfs negatief is, kan dit erop wijzen dat inkomen of omzet is verzwegen. Waar moeten de uitgaven anders van zijn gefinancierd?
De vermogensvergelijking wordt meestal over drie achtereenvolgende jaren opgesteld. Bij de uitkomsten kijkt de controleambtenaar zowel naar de absolute als relatieve privécijfers. In principe zullen deze cijfers een vrij stabiel patroon laten zien. Als in één specifiek jaar een sterk afwijkend cijfer naar voren komt, zal dat voor de fiscus aanleiding zijn om over dat jaar nadere vragen te stellen.

Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie